Hoe is het allemaal begonnen? Dan moeten we even een paar jaar terug. Oké, eerlijk: bijna tien jaar. Iedereen heeft het nu over die back to 2016-hype, nou… daar zitten we dus ongeveer.
Rond deze tijd begon ik met mijn stage bij Viktor & Rolf. We waren met tien stagiaires, maar ik had daar echt een heel fijn plekje in het team. Ik mocht mega veel doen en uiteindelijk heb ik zelfs drie jurken mogen maken die in de eindcollectie zijn gekomen. Dat voelt nog steeds als een enorme mijlpaal.
Maar los van hoe bijzonder die stage was, was het ook een pittige periode. Mijn stage voelde als een soort ontsnapping van school, want daar had ik het minder naar mijn zin. Ik wil niet zielig doen — elke opleiding is op zijn eigen manier zwaar — maar voor mij voelde het echt als een strijd. Misschien was ik niet creatief genoeg, of werd mijn creativiteit niet begrepen. Dat weet ik eigenlijk nog steeds niet. Wat ik wél wist: ik wilde het halen. Desnoods op mijn eigen manier.
Dat betekende weinig slapen, dagen maken van half acht ’s ochtends tot half twaalf ’s avonds (zo lang was de school open), alles geven wat ik had. En uiteindelijk lukte het. Met een half jaar studievertraging, een mega vette collectie (zelfs mijn grootste “vijand” op school zei dat), en een zesje als eindcijfer. Die laatste steek onder water had ik niet per se nodig, maar ik was zó blij.
Ik heb toen al mijn spullen zo snel mogelijk uit mijn 9 m² kamertje net buiten Amsterdam gesleept en ben teruggegaan naar de Achterhoek, naar mijn ouders. Om even bij te komen — al kan ik dat eigenlijk helemaal niet, en heb ik dat ook amper gedaan.
Ik ging werken. Veel werken. Bij het bedrijf waar ik tijdens mijn studie elk weekend al werkte. Ja, elk weekend ging ik terug naar de Achterhoek, omdat ik dat heerlijk vond. Even de kop los — en het was er gewoon heel leuk en gezellig. Ik begon in de patatwagen, ging door naar de schoonmaak en eindigde uiteindelijk op kantoor, waar ik vooral met marketing bezig was.
Toch begon het in het voorjaar van 2021 weer te kriebelen. Ik besloot als coupeuse bij een tweedehands winkel te gaan werken. Niet per se omdat ik kleding vermaken zo leuk vind, maar wel omdat ik weer achter de naaimachine zat. En ik droomde voorzichtig van iets voor mezelf. Iets met vintage kleding..
En toen was daar Sien. Ik kende haar via dat bijbaantje en zij zocht iemand om samen een pand mee te huren. Ze had al een aantal jaar haar eigen bedrijf in vintage meubels, moest uit haar huidige pand en wist dat ik gek was op vintage kleding. Samen verhuizen leek haar tof. En zo geschiedde. In juni 2022 openden we samen het vintage walhalla van de Achterhoek. En eerlijk: dat liep meteen als een trein.
Maar toch… die kriebel kwam weer. Dat ontwerperskriebeltje. Die naaimachine die zachtjes mijn naam riep.
Op een dag stond ik in de kringloop en zag ik een geborduurd schilderij hangen — The Red Boy. En ik dacht: dit is eigenlijk gewoon stof. Hier kan ik iets mee. Ik nam het mee, legde het ergens neer, en daar lag het een hele tijd. Totdat er een strap van een tas kapot ging en ik dacht: wacht eens even… wat als ik een strap maak van dat borduurwerk?
Nou ja. De rest is geschiedenis.
Inmiddels zijn er meer dan 300 straps verkocht. Echt niet normaal. Daarna volgden fannypacks (binnen no time uitverkocht), crossbody bags, demi bags, en nu zelfs jassen gemaakt van borduurwerken.
Het blijft zo ontzettend bijzonder om te bedenken dat mensen met mijn creaties rondlopen. Ik denk niet dat ik daar ooit aan ga wennen. En dan heb ik het nog niet eens over de mensen die me borduurwerken opsturen, voor me op zoek gaan, of ineens zeggen: “Ik zag dit en moest meteen aan jou denken.” Die steun… dat is echt zó tof.
Dit had dat meisje van tien jaar geleden — een beetje onzeker, net begonnen aan een stage bij een groot modemerk — nooit kunnen bedenken.
Misschien denk je nu: Bo, dit had je ook wel wat korter kunnen vertellen. Sorry 😅 Maar als je het tot hier hebt volgehouden: dank je wel.